Rijksmuseum Amsterdam toont schitterend Meissen-porselein uit de Oppenheimer Collectie
Het befaamde Rijksmuseum in Amsterdam exposeert momenteel een sublieme collectie Meissen-porselein in de Eregalerij. Deze belangrijke stukken, onlangs herverworven door het museum, maakten ooit deel uit van de gevierde collectie van Margarethe en Franz Oppenheimer. De tentoonstelling werd op 27 april 2022 voor het publiek geopend, waardoor bezoekers een cruciaal moment in de Europese decoratieve kunstgeschiedenis kunnen beleven, samen met een boeiend verhaal over herkomst.
De Artistieke Nalatenschap van Meissen-porselein
Meissen-porselein neemt een unieke plaats in de geschiedenis in als het eerste harde porselein dat in Europa werd geproduceerd. De creatie ervan in 1709 aan het Keizerlijke Hof van Dresden, onder beschermheerschap van Augustus II de Sterke, markeerde een keerpunt, aangezien het geheim van dit "witte goud" voorheen beperkt was tot Azië. De Oppenheimer-collectie is bijzonder opmerkelijk vanwege de uitzonderlijke kwaliteit, met ingewikkelde decoraties en verguldingen die de fijnste 18e-eeuwse Europese kunst demonstreren. Naast de Porseleinkamer van Dresden behoren de Meissen-collecties van het Rijksmuseum tot de belangrijkste ter wereld.
De Bewogen Reis van een Collectie
De geschiedenis van de collectie is net zo meeslepend als haar schoonheid. Margarethe en Franz Oppenheimer begonnen vanaf 1902 met het opbouwen van hun aanzienlijke verzameling vroeg Meissen-porselein in Berlijn. Vanwege de vervolging door het naziregime werden zij in 1936 gedwongen Duitsland te ontvluchten naar Oostenrijk, waarbij een groot deel van hun collectie werd meegenomen. In 1938, vóór de annexatie van Oostenrijk door de nazi's, vluchtten zij opnieuw en vestigden zich uiteindelijk in 1941 in de Verenigde Staten. Vóór deze tweede vlucht werd een groot deel van hun Meissen-collectie verkocht aan Fritz Mannheimer, een Joods-Duitse bankier in Amsterdam.
Na de dood van Mannheimer in 1939 werd zijn nalatenschap failliet verklaard en kwam zijn collectie onder druk te staan om aan de nazi's te worden verkocht. Na de Tweede Wereldoorlog werd de collectie teruggevonden en vervolgens beheerd door de Nederlandse staat. Het merendeel van deze objecten werd in 1952 onderdeel van de collectie decoratieve kunst van het Rijksmuseum.
Restitutie en Teruggave aan Publieke Tentoonstelling
In 2016 dienden de erfgenamen van Margarethe en Franz Oppenheimer een claim in voor 92 objecten in het bezit van het Rijksmuseum. Na een grondig onderzoek concludeerde de Restitutiecommissie dat de verkoop aan Mannheimer onvrijwillig was geweest vanwege de intense druk van de nazi-vervolging. Bijgevolg keurde de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in december 2019 de teruggave van de objecten aan de erfgenamen goed.
Het Rijksmuseum verwierf deze historisch belangrijke werken vervolgens opnieuw, waardoor hun voortdurende aanwezigheid in Amsterdam voor publieke waardering gewaarborgd is. Deze herverwerving was mogelijk dankzij de genereuze steun van het Rembrandt-Comité, het Mondriaan Fonds, het Fonds voor de Nationaal Aankoop van het Ministerie van OCW, de VriendenLoterij en een particuliere donor. Het museum heeft ook actief onderzoek gedaan naar de herkomst van haar collectie uit de periode van de Tweede Wereldoorlog, waarbij werken met een onduidelijke oorsprong zijn geïdentificeerd op de website Museumacquisities vanaf 1933.
Deze tentoonstelling in de Eregalerij viert niet alleen de artistieke verdiensten van Meissen-porselein, maar werpt ook licht op de persoonlijke verhalen en de complexe geschiedenis die verweven is met cultureel erfgoed tijdens turbulente tijden.
Ontdek meer over het Rijksmuseum en andere culturele hoogtepunten op Musemap (musemap.art) voor gedetailleerde informatie over musea in Amsterdam, of gebruik de interactieve kaart om uw bezoek te plannen: musea ontdekken of kaart bekijken.









